Hier kan u de verschillende vragen en antwoorden terugvinden die gesteld zijn ivm de testfase "methodiek zorgzwaartebepaling minderjarigen". Het antwoord kan je lezen door op de vraag te klikken. 

 

  • Q&A voor inschalers - Methodiek zorgzwaartebepaling voor minderjarigen (testfase)

    • CORONA MAATREGELEN

      Kunnen inschalingen tijdens de civiele noodsituatie omwille van COVID 19 (= van 13 maart 2020 tem 17 juli 2020) doorgaan?

      Het VAPH raadt aan om fysieke contacten in het kader van de testfase van de ‘methodiek zorgzwaartebepaling voor minderjarigen’ te vermijden. Deze maatregel geldt dus voor uw contacten met zowel de minderjarige cliënten als de informanten (ouders, begeleiders, ...) die deelnemen aan het onderzoek. Bezoeken van het multidisciplinair team aan de cliënt en informanten (in de thuissituatie of in de voorziening) moeten tot nader order geannuleerd worden. Ook de bezoeken van de cliënt en informanten aan het kantoor van het multidisciplinair team moeten tot nader order geannuleerd worden. Concreet betekent dit dus dat de inschalingen in functie van het onderzoek moeten uitgesteld worden. 

      Nieuw: zal de timing van de testfase wijzigen nav de corona-maatregelen?

      Sinds oktober hebben we de testfase herstart nadat die eerder werd uitgesteld wegens de COVID-19 crisis. Ondertussen zien we een heropflakkering in de cijfers en merken we dat een aantal deelnemers afhaken uit angst voor COVID-19 besmettingen. Tegelijkertijd zijn inschalingen voor de testfase, in zoverre ze de veiligheidsregels respecteren, nog steeds mogelijk.

      We willen jullie graag een langdurig kader aanreiken om een correcte beslissing te kunnen maken of een inschaling voor de testfase kan doorgaan. Het volgen van de algemene regels rond hygiëne, gebruik van beschermingsmateriaal en social distancing zijn van groot belang:

      • Indien er niet kan voldaan worden aan de regels van de testafname (face-to-face met twee informanten) en/of aan de veiligheidsmaatregelen, dan dient de inschaling te worden uitgesteld.

      • Indien er voldaan kan worden aan de regels van de testafname en de veiligheidsmaatregelen, dan kan de testafname doorgaan.

      • Ook lokale veiligheidsmaatregelen binnen bijvoorbeeld voorzieningen kunnen van kracht zijn (bijvoorbeeld een bezoekregeling). Uiteraard moeten deze lokale veiligheidsmaatregelen gevolgd worden en moet u de afweging maken of deze nog in overeenstemming zijn met de regels van de testafname, indien dit niet zo is dan moet de inschaling opnieuw worden uitgesteld.

      Zoals eerder werd meegedeeld is de deadline van de testfase (februari 2020) ook afhankelijk van  de impact van COVID-19 en ander factoren zoals de druk op de reguliere werking van MDT’s (bijvoorbeeld bij een nieuwe reeks PAB-toekenningen). Over een nieuwe deadline zal gecommuniceerd worden zodra de toestand van de COVID-19 crisis dit toelaat.

      Volgende drie infonota’s zullen u verder helpen bij het maken van de juiste beslissing:

    • 1. VOORBEREIDING ZORGZWAARTEBEPALING

      • 1.1 Algemeen

        De matching tussen inschalers en minderjarigen gebeurt door het Verwijzersplatform. Mag ikzelf ook minderjarigen aanbrengen om in te schalen?

        De minderjarigen die nu deelnemen zijn gekend bij VAPH of IJH. Het zelf aanbrengen van minderjarigen die bijvoorbeeld op jullie wachtlijst staan voor een vraag zorg of PAB kan, indien er duidelijk sprake is van een minderjarige met een handicap volgens de gekende definitie. Vermoeden van handicap is niet voldoende.

        Ik vind geen minderjarige om in te schalen voor een proefinschaling tussen de opleiding en de terugkomdag?

        Contacteer het Verwijzersplatform via info@verwijzersplatform.be of telefonisch 03/ 830 73 43

      • 1.2 Informanten

        Ik beschik over heel veel informatie uit het dossier van de cliënt. Kan dit één van de twee informanten vervangen?

        ​In tegenstelling tot de instructies bij de SIS voor kinderen kan de informatie uit het dossier niet gebruikt worden als vervanging van een informant. Er moeten steeds twee informanten informatie aanleveren. Je mag de informatie uit het dossier wel gebruiken bij je oordeel, maar deze ontslaat je niet van de verplichting met twee informanten te werken. 

        Ik ken de persoon zelf goed vanuit mijn professionele setting. Mag ik zelf informant zijn?

        Het kan je als inschaler helpen om een goede inschatting te maken van de minderjarige en zijn context, maar je bent in functie van inschaler en kan dus geen informant zijn.

        De minderjarige is +12 jaar en neemt deel als informant. Halverwege de inschaling geeft hij aan dat dit te zwaar is en wenst niet meer verder deel te nemen. Moet ik mijn inschaling stopzetten?

        • Je hoeft de inschaling niet stop te zetten. Je kan verder met de eerste informant. Verwittig het VAPH dat dit is voorgevallen zodat ze hiermee rekening kunnen houden.
        • We adviseren om steeds een derde informant als back-up/standby te voorzien als je met de minderjarige zelf als informant werkt. Deze informant kan overnemen van de jongere als hij in de buurt is of je neemt na de eerste sessie telefonisch contact op om een aantal vragen uit de inschaling te overlopen.

        De informanten zijn het duidelijk oneens over een aantal zaken. Welke informant volg ik?

        Als inschaler geef jij het eindoordeel. Noteer de discussie kort. Wanneer je voor jezelf in alle rust de inschaling nog even overloopt, kun je beslissen welke score je geeft. Door de grootte van de vragenlijsten en de overlapping van enkele thema’s heeft het zelf een inschatting maken van enkele vragen geen groot effect op het eindresultaat.

        Ik neem ook inschalingen af bij meerderjarigen. Daar is het niet meer nodig om de leeftijd van de informanten te bevragen (demografische vragen). Waarom nu wel?

        ​In kader van het onderzoek is het belangrijk om een zicht te krijgen op wie de informanten zijn (ouder- grootouder- …) en is ook de leeftijd belangrijk. Wanneer we definitief van start gaan valt dit als vraag terug weg. Je kan ook naar het geboortejaar van de informant vragen.  

        De informant (ouder) geeft meer ondersteuning dan ik klinisch zou oordelen.

        Je mag als inschaler zelf deze inschatting maken en je score aanpassen als je zeker bent dat de minderjarige bepaalde handelingen echt wel zal kunnen mocht hij ze mogen uitvoeren.

      • 1.3 De minderjarige

        Er wordt gesteld dat je als inschaler de minderjarige gedurende 30 minuten voorafgaand aan de inschaling observeert. Wat als de minderjarige niet aanwezig is of geen 30 min kan geobserveerd worden?

        • Enkele ouders hebben dit als voorwaarde tot deelname aangegeven, namelijk dat ze willen deelnemen als het zonder de aanwezigheid van hun zoon/dochter kan. Als je dit op voorhand weet (en je de minderjarige niet zelf kan observeren), vraag dan of ze een filmpje kunnen opnemen zodat je de minderjarige in enkele activiteiten kan zien (eten, spelen, …)
        • Het kunnen observeren moet niet exact 30 minuten zijn. De minderjarige kunnen bezig zien met een bepaalde activiteit is het belangrijkst.
        • Soms leent de situatie er zich niet toe om voorafgaand aan de inschaling de minderjarige te zien, maar wel tussendoor of aansluitend aan de inschaling. In die situatie overloop je best na de inschaling voor jezelf of datgene je geobserveerd hebt klopt met wat de informanten je hebben verteld. 

        In het steekproefrooster komen verschillende beperkingen aan bod, maar niet de minderjarigen met spraak- en taalstoornissen. Bovendien zit de communicatieschaal (uit het ZZI versie 2015) er niet meer bij?

        • Deze doelgroep wordt niet vergeten, het steekproefrooster is bedoeld als richtinggevend. Op de achtergrond wordt er bijvoorbeeld geregistreerd welke doelgroepen allemaal deelnemen en waar er extra op moeten worden ingezet bij de dataverzameling.
        • De communicatieschaal (uit het ZZI versie 2015) werd inderdaad geschrapt, maar dit is omdat de subschaal ‘communicatie’ bij de ABAS-III op een gelijkaardige en voldoende goede manier communicatieproblemen meet. Ook andere vragenlijsten meten aanvullend het vermogen tot communicatie, bijvoorbeeld de SIS-C (Sectie F en Sectie G).

        NIEUW: voor een aantal schalen is het noodzakelijk om een vergelijking te maken met kinderen of jongeren zonder beperkingen. Zijn er extra handvatten die zicht bieden op wat verwacht kan worden van welke leeftijdscategorie?

        Ter ondersteuning kunnen teams die dit wensen bijgevoegd schema hanteren als achtergrond voor wat verwacht kan worden per leeftijdscategorie.
        Dit schema dient als als hulpmiddel voor teams die hier vragen over hebben, uiteraard mag er hiervoor ook gewerkt worden met eigen ervaringen/ ervaringen van informanten/... en dient dit schema niet als 'gouden leidraad' gebruikt te worden. 

        Het schema kan u hier terugvinden: schema_ontwikkelingsaspecten_omgevingsinteractie_-_referentieleeftijden_mzb.pdf

        Extra toelichting bij het schema kan u hier terugvinden: schema_ontwikkelingsaspecten_omgevingsinteractie_-_referentieleeftijden_mzb_-_extra_toelichting_bij_schema.pdf

        (bron: https://www.wijkteamswerkenmetjeugd.nl/problematisch-gedrag/schema-ontwikkelingsaspecten-omgevingsinteractie)

    • 2. AFNAME SCHALEN

      In welke volgorde neem ik de schalen best af?

      Zoals ze nu gepresenteerd worden is de meest logische manier. Ze zijn aflopend in tijd (altijd, laatste 6 maanden, laatste 3 maanden) en worden moeilijker afhankelijk van de situatie en de beperkingen van het kind. Het starten met SEV of SGZ is bijvoorbeeld niet aangewezen. ABAS geeft al een goed algemeen beeld van de minderjarige en is daardoor meest aangewezen om mee te starten.

    • 2.1 Adaptive Behavior Assessment Scale (ABAS-III)

      Er zijn meerdere versies van ABAS. Specifiek voor hulpverleners, voor kinderen, voor ouders, ... Moeten we de ABAS verschillende keren afnemen?

      Nee, enkel de versie die je hebt meegekregen voor ouders/verzorgers moeten afgenomen worden, ook als de minderjarige zelf informant is.

      Wat moet je doen indien de ene informant aangeeft dat de cliënt een bepaalde handeling niet kan in de thuiscontext en de andere informant geeft aan dat de cliënt deze handeling wel kan uitvoeren in het MFC waar de cliënt verblijft?

      Hier kan je best op doorvragen zodat je goed zicht krijgt op de specifieke situatie: waarom kan de cliënt dit wel in de voorziening en niet in de thuiscontext? Indien een voorziening een specifieke omkadering biedt, mag dit ook gezien worden als ondersteuning. Dit reken je mee in je score, anders leidt de score tot een onderschatting.

      Communicatie: de minderjarige is doof en kan in gebaren mama, papa, adres, … geven. Hoe scoor ik?

      ​Een score boven 0 is hier minstens van toepassing. Het kind laat de handeling zien in zijn eigen taal.

      Communicatie - Item 19: “Vermijdt om steeds te herhalen wat hij zegt”. Hoe interpreteer ik dit?

      ​Dit is een van de vragen met een dubbele negatie. Herhaalt het kind steeds opnieuw hetzelfde = score 0. Hij vermijdt nooit herhaling, integendeel hij is niet in staat om het gedrag te vermijden.​

      Gezondheid en veiligheid - Item 11: De minderjarige vertrouwt niemand. Ze zou eerder luisteren naar vreemden dan naar een vertrouwenspersoon

      Als de minderjarige niet gehoorzaamt vanuit onwil (maar op zich wel zou kunnen gehoorzamen), dan is score 1 gepast. Het deel van enkel luisteren naar vreemden wordt gescoord binnen de SIS-vragenlijst, nl welke ondersteuning dient geboden te worden om misbruik te voorkomen? 

      Spel en vrije tijd - Item 6: Kijkt naar afbeeldingen of leest boeken of tijdschriften tijdens vrije tijd. Wat als iemand alleen naar afbeeldingen kijkt en geen boek kan lezen?

      In de vraag is er sprake van ‘of’: afbeelding kijken of boek lezen. Indien men één van de twee activiteiten kan, is dit voldoende.  Dit item is leeftijdsafhankelijk, sommige kinderen kunnen nog geen boek lezen, maar kijken wel naar afbeeldingen.

      Spel en vrije tijd - Item 17: De minderjarige kiest ervoor om een hele woensdagmiddag op zijn play-station te spelen op zijn kamer. Hoe scoren?

      Als dit een keuze is van de minderjarige, die hij op voorhand plant, en hij vindt dit een leuke activiteit dan is de score 3. Of dit een goed idee is om een hele dag achter PS te zitten en of de ouders dit oké vinden staat hier los van. 

      NIEUW: Zelfsturing - Item 5: “Vermijdt om een leugen te vertellen om straf te ontlopen.” Hoe formuleer ik dit makkelijker?

      Dit is een van de vragen met een dubbele negatie. Indien het woord ‘vermijdt’ vervangen wordt door ‘zal geen’ klinkt de zin al beter verstaanbaar.
       

      NIEUW: Sociaal - Item 11: “Is graag gezien bij leeftijdsgenoten.” Gaat het hier over kalender- of ontwikkelingsleeftijd?

      Het gaat hier om kinderen en jongeren van (ongeveer) dezelfde kalenderleeftijd. Dat mogen ook kinderen en jongeren met een beperking zijn. Het item doelt niet op de ontwikkelingsleeftijd.
       
    • 2.2 Supports Intensity Scale voor kinderen (SIS-K)

      • 2.2.1 Algemeen

        Speelt de werkelijke leeftijd van het kind waarvoor de SIS-K wordt afgenomen een rol bij de score?

        ​Je moet steeds vergelijken met een 'normaal' kind (zonder beperkingen dus) van dezelfde leeftijd en mag enkel de extra benodigde ondersteuning inschalen. Je hoeft hiervoor geen 'wiskundige berekening' te maken, maar wel een afweging op basis van gezond verstand. 

        Tip: gebruik je informanten! Zij kennen de situatie het best en kunnen ook best een vergelijking maken met oudere of jongere kinderen in het gezin, leeftijdsgenootjes of vanuit hun professionele ervaring. Je mag gerust aangeven dat je niet altijd weet wat een kind van die bepaalde leeftijd moet kunnen.

        Als iemand de activiteit helemaal niet kan uitvoeren, is de score dan 0?

        ​Neen. Dan is juist heel veel ondersteuning nodig opdat het kind net als alle andere kinderen deze activiteit zou kunnen uitvoeren en moet je dus een hoge score toekennen. Dit wil niet zeggen dat het kind dit ook in de realiteit zou moeten doen. 

        Hoe moet je scoren als je ergens fysiek bij aanwezig moet zijn, maar je moet helemaal niets doen?

        Hierop kan je best doorvragen. Is het voldoende om in de ruime omgeving te zijn en af en toe te controleren of alles goed verloopt kan de ondersteuning 1 ‘controleren/monitoren’ zijn, indien je echt heel de tijd naast de persoon moet staan om veiligheid te bieden wordt het type ondersteuning 3 ‘Gedeeltelijke fysieke begeleiding’.

      • 2.2.2 Behoefte aan speciale ondersteuning in verband met medische en gedragsproblemen

        Wat is in de score het onderscheid tussen 'enige' en 'omvangrijke' ondersteuning?

        ​Deze schaal peilt naar de ondersteuning die iemand nodig heeft, gekoppeld aan een medisch probleem/ aan een gedragsprobleem. Wanneer deze ondersteuning minder dan 1u per dag in beslag neemt valt dit onder 'enige ondersteuning'. Neemt deze gemiddeld meer dan een uur per dag in beslag, dan valt dit onder 'omvangrijke ondersteuning'. 

        Waar kan je REFLUX scoren?

        ​Ondersteuning die nodig is ten gevolge van een refluxproblematiek kan je scoren bij 'anders, namelijk...'.

        Hoe scoor je incontinentie bij een kind van 5 jaar?

        ​Als de incontinentie (vermoedelijk) het gevolg is van een medische problematiek kan je dat hier scoren.

        Mag je steunzolen ook beschouwen als 'orthopedische schoenen'?

        Neen.

        Het kind moet iedere keer na stoelgang volledig met luierzalf ingesmeerd worden omwille van een extreme allergie aan eigen zure stoelgang. Als dit niet gebeurt liggen de billen tot bloedens toe open. Om deze reden moet de luier ook 12 keer per dag verschoond worden. Hoe moet ik dit scoren?

        ​​Luieruitslag is een vorm van intertrigo. Dit kan gescoord worden bij item 9.

        ITEM 15: Eetstoornis(sen)

        ​Het gaat hierbij zowel om de gevolgen van de eetstoornis zelf als om de ondersteuning die nodig is bij de behandeling van de eetstoornis. 

        ITEM 16: (Para)medische behandeling: fysiotherapie, logopedie, ergotherapie, revalidatie,...

        Je mag alleen '2' scoren als er buiten de therapie nog extra ondersteuning geboden moet worden, bv. oefeningen, opvolging behandelplan,...

        ​In de lijst ‘behoefte aan gedragsmatige ondersteuning’ ontbreekt item 7?

        ​Dat is juist, nummer 7 ontbreekt ook in de officiële Nederlandstalige versie van de vragenlijst en we hebben dit behouden. In het Excel-invulformulier zal je ook geen item 7 vinden in de lijst van gedragsmatige ondersteuningsnoden.

      • 2.2.3 Deel 2 subschaal A: Activiteiten in huis

        ITEM 9: Bedienen van elektrische apparaten

        ​H​et gaat hierbij om elektrische en elektronische apparaten, bv. radio, televisie, tablet,...

      • 2.2.4 Deel 2 subschaal B: Activiteiten in de samenleving

        ITEM 4: Gebruik maken van openbare voorzieningen

        • Bank, post, bibliotheek 
        • Zelf een boek kunnen ontlenen, weten dat men stil moet zijn in de bib. 

        ITEM 5: Deelname aan vrijwilligerswerk en kerkelijke activiteiten

        • ​Mogelijke voorbeelden bij dit item: kaartenverkoop, wafelenbak, 11.11.11, geldinzameling damiaanactie, Music for Life actie,...
        • Weten hoe zich te gedragen in een kerk/moskee/synagoge. 

        ITEM 7: Voldoen aan de basisnormen, -regels en/of wetten om met elkaar om te gaan op straat en in de samenleving

        ​​Het gaat om zich gedragen in groep zoals het hoort, bv. alleen uit je eigen bord eten, met twee woorden spreken,...

      • 2.2.5 Deel 2 subschaal C: Meedoen op school

        Speelt de werkelijke leeftijd van het kind waarvoor de SIS-K wordt afgenomen een rol bij de score?

        ​Hierbij moet je opletten dat je niet gaat vergelijken met kinderen uit het buitengewoon onderwijs, maar dat je een kind uit het gewone onderwijs als referentie blijft hanteren. Zeker bij leerkrachten hiervoor opletten. 

        ITEM 4 - 'Naar school gaan (incl. vervoer)': Wat als een kind alleen omwille van afstand van huis tot aan de school buitengewoon onderwijs met de schoolbus moet worden vervoerd, maar als de school dicht bij huis zou zijn, wel zelfstandig naar school zou kunnen gaan?

        • ​In onze maatschappij hebben de meeste kinderen een school in de buurt. Voor dit item kijk je dus gewoon naar wat er nodig zou zijn als dit kind naar een gewone school (in de buurt) zou gaan en scoor je dit.
        • Naar school gaan omvat ook het tijdig klaar zijn om naar school te vertrekken, al het nodige materiaal meehebben voor die dag (lunchpakket, turnzak, juiste schoolboeken).

        ITEM 8: Zorg dragen voor persoonlijke eigendommen op school

        ​Dit houdt oa in: geen spullen laten slingeren, geen spullen vergeten op school (jas, muts, handschoenen), zwemzak mee van zwembad tot thuis.

        ​ITEM 9. Volgen van lesrooster

        ​Dit houdt oa in: op tijd aanwezig zijn, kunnen blijven zitten wanneer nodig, aandacht kunnen geven, deadlines respecteren om werk af te geven.

      • 2.2.6 Deel 2 subschaal D: Leren op school

        ITEM 1: Toegang krijgen tot lesprogramma

        Dit houdt oa in: aandacht geven, concentratie, deelnemen aan de lessen en activiteiten.

        ​ITEM 3: Leren en gebruiken van metacognitieve vaardigheden

        ​Dit houdt oa in: leervaardigheden zoals het kunnen instuderen van een toets, het aanleren van het ABC liedje om het alfabet te oefenen.

        ITEM 8: Meedoen aan lessen op gebied van gezondheidsvoorlichting en aan gymlessen

        • ​Het gaat hier over lessen over basis EHBO ('eerst water, de rest komt later'), wat is gezonde voeding?, waarom moeten we onze tanden poetsen?, ...
        • Gymlessen: oefeningen meedoen, beurt afwachten.
      • 2.2.7 Deel 2 subschaal E: Gezondheid en veiligheid

        ITEM 1: Bespreekbaar maken van gezondheidsgerelateerde kwesties en medische problemen, inclusief kwalen en pijnen

        Dit gaat over het kunnen aangeven van pijn of niet welbevinden. Waar heb ik pijn? Wat is er aan de hand?,...  'Verbale instructie' zou bv. kunnen zijn: 'zeg nu eens aan de dokter wat er met jou aan de hand is'. Wanneer je in plaats van het kind spreekt valt dit onder 'volledige fysieke begeleiding'.

        ITEM 3: Emotioneel welzijn behouden

        • ​Kunnen aangeven dat men boos, verdrietig, gefrustreerd is en hier mee kunnen omgaan.
        • Vb: wordt snel geïrriteerd in drukke omgeving

        ITEM 4: Gezond zijn en fit blijven

        • ​Dit omvat ook het vermijden dat je in de problemen komt. Bv. geen inspanningen leveren als dat niet mag omwille van een zuurstofproblematiek, geen zaken eten waar je allergisch aan bent,... 
        • Weten dat je handen wast na toiletgebruik.
      • ​2.2.8 Deel 2 subschaal F: Sociale activiteiten

        ITEM 3: Gesprek kunnen voeren​

        ​​Luisteren naar anderen, niet te snel spreken, beurt kunnen afwachten, gesprek gaande kunnen houden en kunnen afsluiten.

        ​ITEM 7: Communiceren met anderen in sociale situaties

        ​Iets zelf kunnen vertellen, luisteren naar anderen, refereren naar iets uit het verleden, emoties kunnen uiten, voorkeuren kunnen aangeven.

      • 2.2.9 Deel 2 subschaal G: Belangen behartigen

        ITEM 2: Persoonlijke doelen kunnen stellen

        ​Dit houdt oa in: op korte en lange termijn, eigen limieten hierin kennen (voor tieners).

        ITEM 7: Communiceren over persoonlijke verlangens en behoeften

        ​Dit gaat over de needs en wants: ik moet naar toilet, ik heb honger, ik wil spelen, ik wil een verjaardagsfeestje.

    • 2.3 Sociaal-emotionele vragenlijst

      Wat als het niveau van het kind te basaal is en de betrokken vaardigheid nog niet verworven is (bv. vergeetachtig, maar kind vertoont sowieso weinig leergedrag) of niet beoordeeld kan worden (bv. voelt zich waardeloos)?

      Deze schaal peilt naar probleemgedrag dat wijst op de aanwezigheid van bepaalde aandoeningen. Normaal gezien is deze schaal ontwikkeld voor kinderen met een niveau tussen vier en 18 jaar. Bij jongere kinderen of kinderen met een lager ontwikkelingsniveau moet je soms wat vertalen naar gedrag dat kan wijzen op een laag zelfbeeld (voelt zich waardeloos),.. Bij sommige items zal je echter ook hiermee niet verder geraken (bv. is vergeetachtig, begint vechtpartijtjes bij een diep verstandelijk gehandicapt kind in een zitschelp). In dat geval vul je een score 0 in.

      TEM 2 - 'Praat aan één stuk door': Het kind praat niet, maar maakt de hele dag door ergerlijke geluiden. Mag dit hier gescoord worden?

      Dit item peilt naar hyperactiviteit. Het lijkt dus niet uit te maken of het effectief om praten gaat, dan wel om het maken van geluiden. De geluiden moeten dan wel aan één stuk door gemaakt worden. 

      ITEM 34 - 'Is thuis of op school ongehoorzaam, luistert slecht': Hoe moet je scoren als een kind owv ADHD-problematiek heel vaak niet heeft gehoord wat je zegt?

      Dit item peilt naar het ongehoorzaam zijn van het kind. Het gaat dus om het niet opvolgen van instructies die je wél gehoord hebt. Niet om onoplettendheid. 

      ITEM 47 - 'Kan overdreven geboeid raken door één bepaald ding of geluid': Vallen rituelen hieronder?

      Neen.

    • 2.4 Storend Gedragschaal voor Verstandelijk Gehandicapten

      Deze lijst is niet van toepassing. Moet ik hem toch afnemen?

      JA, voor het experimenteel onderzoek is het heel belangrijk dat we op alle vragen een antwoord hebben. Je kan de vragenlijst versneld afnemen door de informanten de vragen te laten lezen en te vragen of er een item tussen staat dat op hun kind van toepassing is. Voor alle items geef je een score 0. 

      ​De minderjarige vertoont het gedrag niet thuis, maar wel naar klasgenootjes toe. Mag dit gescoord worden?

      ​Ja, je mag medebewoners omzetten naar klasgenootjes of vriendjes bij een vereniging.

      ITEM 29 - 'Slaapstoornissen': Wat wordt verstaan onder 'slaapstoornissen'?

      Hiermee worden problemen bij het in- of doorslapen bedoeld. 

      Tip

      Ga uit van wat je moet doen om het gedrag te voorkomen. Stel niet zozeer de vraag komt het voor? Vb: Als owv fixatie het gedrag niet meer voorkomt, dan moet dit alsnog hoog gescoord worden. Het gedrag wordt in deze situatie voorkomen door een maatregel. Zonder deze maatregel zou er dagelijks ondersteuning aanwezig moeten zijn

    • 3. ZORGZWAARTEPARAMETERS

      • 3.1 Algemeen

        Ik heb het gevoel dat hier zaken ontbreken of ik ondervind moeilijkheden bij het bepalen van de parameters.

        Algemeen kan gesteld worden dat feedback op deze parameters erg belangrijk is in kader van het onderzoek. Wanneer je het gevoel hebt dat er een score ontbreekt, noteer dit dan zeker en geef dit door aan het VAPH. Ook uit de criteria die je apart moet scoren zal eveneens kunnen blijken dat er gradaties ontbreken.

        Waarom wordt er niet gewerkt met een beslissingsboom?

        Omdat er bij bepaalde gradaties verschillende elementen worden opgeteld (bijvoorbeeld de uren bij de O-parameter) is een beslissingsboom niet praktisch. De criteria vervangen het principe van de beslissingsboom, want hiermee kan je snel identificeren in welke gradaties  gescoord moet worden. Na de testfase zullen we opnieuw bekijken of een beslissingsboom wel kan toegepast worden (na aanpassing van de zorgzwaarteparameters op basis van de data).

        Tijdens de testfase blijkt dat het ‘blind’ invullen van de parameters niet eenvoudig blijkt te zijn. Zowel ouders als hulpverleners hebben nood aan enige sturing. Mogen wij hen dit laten invullen ahv de criteria voor inschalers?

        • In de bundel ‘Zorgzwaarteparameters - formulieren voor de informanten’ worden ook de criteria vermeld. Wat je als inschaler dus kan doen is samen met hen de criteria overlopen waarbij je de juiste interpretatie kan geven uit de opleiding. Je markeert daarna bij de parameters de scores die binnen die criteria in aanmerking komen. Vb: Uit de criteria van T-parameter komt naar voor dat de minderjarige minstens 5 minuten zonder toezicht kan, resultaat zal een score tussen 7 en 10 zijn. Laat de informant die scores lezen en van daaruit bepalen wat de correcte score is. 
        • Het is niet de bedoeling dat de informanten enkel de criteria geven. 
        • Als je vertrekt vanuit de criteria dan kan het voorvallen dat de informanten geen score vinden in de zorgzwaarteparameters die perfect overeenkomt met al hun geselecteerde criteria. In dit geval laat je hen de score kiezen die het beste past.
      • 3.2 Parameter 'Toezicht'

        Wat moet je doen indien de score gelijk is aan 5 (= minstens 2u kunnen zonder toezicht, waarbij er reactie nodig is binnen de 30 minuten), maar blijkt dat er niet zo snel een reactie nodig is (binnen de 30 minuten), maar eerder binnen het dagdeel?

        ​Je dient dit te verduidelijken in de feedback doorgegeven worden (zie boven) en je moet dit ook aanduiden in de criteria die je nadien scoort.

      • 3.3 Parameter 'Ondersteuning'

        Als we kijken naar therapie en behandeling, dan moet de vraag gesteld worden: wat is er nu en wat is er nodig? Datgene dat nodig is, moet mee opgenomen worden.

        ​Vb: een kind heeft nu 1u logo, 1.5u kine per week. Hij heeft echter 2u logo en dagelijks 1u kine nodig. Hieruit blijkt dat de ondersteuningsvraag hoger ligt en dus moet dit mee gescoord worden.

        School an sich is geen ondersteuning die moet gescoord worden.

        Alles wat extra is op school (het bovenschoolse) mag mee gescoord worden. Vb: assistentie op school om kind op toilet te zetten

        Niet- handicapspecifieke ondersteuning wordt niet mee gescoord.

        • Vb: minderjarige met mentale beperking heeft been gebroken en moet voor deze revalidatie kine volgen
        • Vb: minderjarige moet regelmatig naar de orthodontist voor correctie tanden

        Wat verstaat men onder enkele activiteiten en veel activiteiten?

        • Enkele = minder dan de helft van alle levensdomeinen
        • Veel = meer dan de helft van alle levensdomeinen
        • Als men merkt dat hier veel verwarring rond ontstaat, noteren als feedback voor de onderzoekers.
      • 3.4 Parameter 'Nacht'

        Hoe moeten de geplande interventies gescoord worden?

        Vraag aan de informanten welke info ze geven aan een begeleider, grootouder, babysit als de minderjarige uit gaat logeren. Waar moet de persoon op letten gedurende de nacht? Vb: elke 2u houding wisselen, rond 2u ‘s nachts zal luier vol zijn en dus verschonen, …

        ​Hoe scoor ik een jongere die doorslaapt, maar waarvoor een begeleider aanwezig is in functie van slapende waak?

        Elke minderjarige vindt het een veilig gegeven dat er iemand thuis is gedurende de nacht. Als de jongere nooit een interventie nodig heeft ‘s nachts dan is dit een score 0. Als de jongere wel eens wakker wordt en in paniek slaat omdat er niemand aanwezig is, dan scoor je dit als het frequent voorkomt. Dit kan dan gezien worden als een ongeplande interventie, die bv maandelijks voorkomt.

        ​Hoe scoor ik een kind waarbij je moet controleren of het kind slaapt en niet in zijn bed aan het spelen is? Wordt dit gezien als een interventie?

        Wanneer dit structureel dient ingepland te worden en voortkomt uit de handicap kan je dit scoren. Wanneer je gewoon dient te checken of iemand al dan niet slaapt, dien je dit niet te scoren.

    • 4. ANDERE

      De richtlijnen in de handleiding van de methodiek zorgzwaartebepaling voor minderjarige pmh verschillen soms van de richtlijnen geformuleerd in de handleiding van de individuele schalen. Welke richtlijnen dienen we te volgen?

      Indien bepaalde richtlijnen verschillen in beide handleidingen, dient steeds de richtlijn uit de handleiding van de methodiek zorgzwaartebepaling voor minderjarige pmh gevolgd te worden.

      NIEUW: Welke documenten moeten ingevuld en bezorgd worden aan het VAPH om een inschaling volledig correct in te dienen?

      • Het informatieformulier van de cliënt: de cliënt heeft dit via mail van het VAPH ontvangen, moet dit ondertekenen en meegeven aan de inschaler. De inschaler moet dit dan bezorgen aan het VAPH via mail (inscannen en  doorsturen met als onderwerp ‘zorgzwaartebepaling minderjarigen’) naar beleid@vaph.be of via post: VAPH – Zenithgebouw, Koning Albert II-laan 37, 1030 SCHAARBEEK tav Dries Bleys
        • tip: neem steeds een blanco exemplaar mee bij een inschaling voor het geval de proefpersonen dit vergaten af te drukken en in te vullen
      • De ingevulde inschaling: het excel-formulier ‘invulformulier_testfase_2020.xls’ liefst onmiddellijk na het afwerken van de inschaling doormailen naar beleid@vaph.be met als onderwerp ‘testfase zorgzwaartebepaling minderjarigen’
      • De schuldvordering: gebundeld na het afnemen van alle inschalingen bezorgen aan beleid@vaph.be met als onderwerp ‘schuldvordering testfase zorgzwaartebepaling minderjarigen’